Kopierechten: Studie over het kopieergedrag in België

Kopierechten: Studie over het kopieergedrag in België

Het koninklijk besluit over de reprografie bepaalt dat om de 5 jaar door een onafhankelijke instelling een studie moet worden gemaakt over het kopiëren voor privé- of didactisch gebruik. Deze studie moet gegevens verzamelen over o.a. het aantal gebruikte apparaten en de verdeling per sector, het aantal gemaakte kopieën en de verdeling per sector, het aantal gemaakte kopieën van beschermde werken en de verdeling per sector, de geldmiddelen die worden besteed aan reprografie en de geldmiddelen die worden besteed aan de vergoeding voor reprografie. De eerste studie werd in 2003 afgerond (1). Op 20 juli 2011 heeft de Minister het door Reprobel voorgestelde ontwerp van studie m.b.t. het kopiëren van grafisch (of op een soortgelijke wijze) vastgelegde werken in België goedgekeurd. Het onderzoeksbureau Profacts heeft de studie in opdracht van Reprobel uitgevoerd en is gestart in het najaar van 2011. De onderzoeksresultaten werden in oktober 2013 bekend gemaakt (2).

Uit deze studie kunnen enkele opvallende feiten afgeleid worden. De studie is de grootste studie die ooit in België is ondernomen om het fenomeen van de papieren kopie in kaart te brengen, zowel in de professionele sectoren als in de thuisomgeving. Het veldwerk voor deze studie werd gespreid over een volledig jaar (van december 2011 tot en met november 2012).

De 10 belangrijkste feiten worden door het onderzoeksbureau als volgt samengevat (3):

1. Jaarlijks worden er in België 10,5 miljard papieren kopieën gemaakt van tekst- en beeldwerken. Dit is 47% van het resultaat van de laatste officiële meting tien jaar geleden.

2. 1/2 van dit volume wordt gerealiseerd in de privésector.

3. Van deze 10,5 miljard zijn er 1,9 miljard (of 18,25%) fotokopieën van auteursrechtelijk beschermd werk. In absolute cijfers is dit 12% meer dan in 2002.

4. Als alleen naar de papieren kopie van auteursrechtelijk beschermde werken wordt gekeken, is de onderwijssector de belangrijkste met 635 miljoen fotokopieën.

5. Opvallend is dat ook bij particulieren thuis veel papieren kopieën van auteursrechtelijk beschermde werken worden genomen: jaarlijks 433 miljoen fotokopieën.

6. 63,7% van de papieren kopieën van beschermde werken worden genomen uit een educatief of wetenschappelijk werk.

7. Het totaal aantal reproductieapparaten (kopieerapparaten, printers, MFD’s, faxen, …) in de professionele sectoren in België bedraagt ruwweg 1,3 miljoen.

8. 86% van de reproductieapparaten in de professionele sectoren bevindt zich in de privésector.

9. 48% van die apparaten zijn (stand-alone) printers, gevolgd door MFD’s (multifunctionele apparaten) die zowel kunnen kopiëren, printen als scannen (30%).

10. Van het totale door de bedrijven en instellingen geschatte budget voor fotokopieën (382 miljoen EUR) gaat in de realiteit slechts 2,7% naar de vergoeding die Reprobel op die fotokopieën int (m.n. 10,3 miljoen EUR in 2012).

Reprobel heeft op vrijwillige basis en op eigen kosten deze studie uitgebreid tot een onderzoek naar alle reproducties op papier, dus niet alleen van papier naar papier (papieren kopie) maar ook naar prints (4). Prints niet mee onderzoeken zou immers een vertekend beeld van de werkelijkheid opgeleverd hebben. De resultaten zijn verbluffend.

In België worden jaarlijks 16.6 miljards prints gerealiseerd.

Als men de resultaten van de twee studies samenvoegt, komt men tot volgende vaststellingen:

(1) Er worden in België jaarlijks 27,1 miljard reproducties op papier gemaakt, waarvan 10,5 miljard kopieën (38,6%) en 16,6 miljard zijn prints (61,4%).

(2) Meer dan 80% van de reproducties op papier (kopieën en prints samen) wordt in de professionele sectoren gemaakt. De overige 19% worden in de thuisomgeving gemaakt.

(3) In het onderwijs en in de bibliotheken wordt er verhoudingsgewijs meer gekopieerd dan geprint. Bij de overheid, in de privésector en bij particulieren thuis wordt er meer geprint dan gekopieerd. In de privésector wordt er zelfs twee keer zo veel geprint als gekopieerd. In die laatste sector wordt trouwens ook de helft van het jaarlijkse volume kopieën gemaakt.

(4) Van de 27 miljard reproducties op papier (kopieën en prints) zijn er 4,5 miljard reproducties van beschermd werk. Dat is 16,85% van het totale volume reproducties.

(5) Die 4,5 miljard reproducties van beschermd werk bestaan voor 2,66 miljard uit prints (58,13%) en voor 1,91 miljard uit kopieën (41,87%) van beschermd werk (fictie-en non-fictieboeken, educatieve en wetenschappelijke werken, strips, journalistieke teksten, bladmuziek maar evengoed foto’s, afbeeldingen, illustraties, tekeningen enz.).. Dat is respectievelijk 15,96% van het totale volume prints en 18,25% van het totale volume kopieën in België.

(6) Het volume kopieën van beschermd werk is met 12% gestegen in vergelijking met de laatste officiële meting in 2002.

(7) In termen van kopieën van beschermd werk is de onderwijssector de belangrijkste sector, met jaarlijks 635 miljoen kopieën, gevolgd door de privésector met jaarlijks 454 miljoen kopieën.

(8) In termen van prints van beschermd werk is de thuisomgeving de belangrijkste sector (1,29 miljard), met ruwweg de helft van het totale jaarlijkse volume, gevolgd door de privé-sector met 916 miljoen prints van beschermd werk op jaarbasis (34,5%).

(9) Bijna 64% van alle kopieën van beschermd werk zijn kopieën uit een educatief of een wetenschappelijk werk. Bij de prints zijn de educatief-wetenschappelijke werken in iets meer dan de helft van de gevallen (55%) het bronwerk van de reproductie.

(10) Als alleen naar reproducties van beschermde werken wordt gekeken, wordt er bij de overheid, in het onderwijs en in de openbare bibliotheken verhoudingsgewijs meer gekopieerd dan geprint. In de privésector en in de thuisomgeving wordt er daarentegen meer geprint dan gefotokopieerd uit beschermde werken.

De studieresultaten bevestigen dus duidelijk een verschuiving van kopieën naar prints in België. Tegelijkertijd is ook een duidelijke trend waarneembaar naar digitale opslag en verdere verspreiding van documenten: 60% van de bijna 8.500 telefonisch ondervraagde personen in België geven aan regelmatig digitale kopieën te nemen (het opslaan van documenten op een computer, een USB-stick, een intranet …). In ruwweg één op de drie gevallen worden die digitale kopieën nadien nog geprint. Wekelijks worden daarnaast gemiddeld 3,35 pagina’s per persoon (ouder dan 12) gescand in België.

Het is duidelijk dat Reprobel op basis van deze studieresultaten en het Kyocera-arrest een aanzienlijke verhoging van de reprografievergoeding zal kunnen claimen. Prints en printers zullen ook in rekenschap moeten gebracht worden bij het becijferen van de nieuwe tarieven.

1 – De studie kan geraadpleegd worden via de website van Reprobel (http://www.reprobel.be)

2 – “ http://www.reprobel.be/nl/over-reprobel/wettelijk-kader/wettelijke-studies-.html

3 – Executive summmary van het grootschalig onderzoek naar het fotokopiëren in België, Profacts 2013, p. 9 raaadpeegbaar op http://www.reprobel.be

4 – De resultaten van de studie en de executive summary zijn terug te vinden op http://www.reprobel.be/nl/nieuws/34.html

Download deze tekst (Word-bestand)