Het nieuwe K.B. leenrecht is er!

PICTO_LEENRECHT_News350

 

 

 

 

 

 

Er is de voorbije maanden veel heen en weer onderhandeld maar eindelijk vinden we
sinds gisteren onder de kerstboom het nieuwe Koninklijk Besluit Leenrecht.
Het Koninklijk Besluit leenrecht van 13 december 2012 is gepubliceerd in het
Belgisch Staatsblad van 27 december 2012.

Dit K.B heeft retroactief uitwerking met ingang van 1 januari 2004.

 

We zetten de krachtlijnen van het nieuwe K.B. even op een rijtje:

De “billijke vergoeding” in geval van openbare uitlening wordt bepaald aan de hand van twee criteria:

  • de beschikbare collectie van de bibliotheken. Dit is een nieuw criterium;
  • het aantal uitleningen. Dit criterium vervangt het criterium van het aantal ingeschreven leners uit het oude K.B. van 2004.  Het geeft een objectiever vergoedingsbasis aan de rechthebbenden voor de ontleningen op basis van de opgelegde wettelijke licentie. Ondanks aandringen van de rechthebbenden zijn verlengingen volgens het KB geen ontlening.

 

Het bedrag van de leenrechtvergoeding wordt samengesteld uit een forfaitair bedrag in overeenstemming met de omvang van de collectie van de uitleeninstelling en een evenredig bedrag per uitlening. Tot 2017 wordt er een stijging van beide bedragen voorzien. De tarieven van de vergoedingen voor openbare uitlening worden in het KB bepaald voor verschillende periodes. De eerste periode betreft de referentiejaren van 1 januari 2004 tot 31 december 2012 en houdt dus deels een correctie in op de bestaande regeling. Een  eerste raming levert een aanvullende vergoeding van 700 à 800.000 euro op voor deze periode of ca. 50.000 euro per jaar; omgerekend is dit per ontlening in deze periode 0,026 eurocent. De tweede periode betreft de referentiejaren van 1 januari 2013 tot 31 december 2017 waarin de tarieven stapje voor stapje geherwaardeerd worden van 2,4 eurocent naar 4,1 eurocent per ontlening. De derde periode betreft de referentieperiode 2018 en de volgende jaren.

 

In geval van een gecentraliseerde opgave van de collectie- en ontleningsgegevens en centrale inning wordt in een korting/forfaitaire aftrek voorzien. Daarnaast wordt ook een aftrek voorzien voor publieke domeinwerken (werken die niet of niet meer door het auteursrecht worden beschermd) en werken die wel auteursrechtelijk beschermd zijn maar niet worden uitgeleend .

 

deAuteurs juicht het initiatief van de minister toe
maar is niet geheel tevreden met het resultaat.

De uitkomst blijft een zeer mager beestje voor de auteurs en uitgevers:

  • Het niveau van de vergoeding voldoet nog steeds niet aan het criterium ‘billijk’. Volgens onze gegevens ligt de leenrechtvergoeding in de ons omringende landen momenteel op 6 à 8  eurocent per ontlening, met Nederland als Europese topper op 11,4 eurocent.
    Rekening houdend met een voorafname op deze vergoeding voor audiovisuele rechten, kranten- en tijdschriftartikels en andere folioproducten, bedraagt het netto-aandeel in de leenvergoeding in België voor ‘boeken’ 72 %. Op basis van het oude K.B. betekende dit ca. 1.3 eurocent per boekontlening. Met het nieuwe K.B. komen we in 2017 uit op 3,2 eurocent per boekontlening waarvan het auteursaandeel 70 % bedraagt of 2,24 eurocent (of de vergoeding van 100 ontleningen is amper voldoende om een standaardbrood te kunnen kopen).
  • Vanaf 2018 is er geen enkel aanpassingsmechanisme voorzien van de begrote bedragen aan inflatie en stijgende levensduurte.

 

deAuteurs is volop aan het werken aan een nieuw verdeelbarema dat zo veel mogelijk rekening houdt met de criteria uit het K.B. We zullen samen met Reprobel en het Boekenoverleg onderzoeken hoe we zo accuraat mogelijk aan de gegevens van de bibliotheken kunnen geraken.

Wordt vervolgd.

 

Op het VAV-werkcongres van zaterdag 22 dec. kwam het leenrecht eveneens uitgebreid aan bod.

Download hier het Dossier Leenrecht van deAuteurs.

Het K.B. in het Belgisch Staatsblad van 27 december 2012