Helden aan het woord

Ellen Deckwitz en Erik Vlaminck op Hardgekookt.

Ellen Deckwitz over Helden aan zee

“Uiteraard ben je vereerd als je tot de Helden aan Zee behoort, en de gehele dag voelde ik me dan ook een ware heldin. Iedereen was ontzettend hartelijk en we hebben de hele sfeer van het festival kunnen meepakken: gezelligheid, goede gesprekken, creativiteit en vrolijke mensen alom.

Wat me bijzonder trof, was de grote aandacht voor de Helden aan Zee, van een interview ’s ochtends voor publiek tijdens Hardgekookt onder de bezielde leiding van Carlos Alleene, ’s middags op de TAZ-radio en ’s avonds een volle zaal publiek, ondanks het feit dat het de slotavond was en iedereen er al een drukke TAZweek op had zitten.

De betrokkenheid van het publiek was hartverwarmend en ik heb na afloop mooie gesprekken met hen gehad. Kortom: de Helden aan Zee waren niet alleen de artiesten, maar ook alle bezoekers en ik hoop er zeker terug te mogen keren.”

Ellen Deckwitz in Vrijstaat O.

Maartje Smits op Radio TAZ

Maartje Smits blikt terug

“Het is altijd leuk om een held aan zee te zijn, geen zeeheld eenzaam op het water, maar een held op de kade, voor het publiek dat aan het eind van een mooie Theater Aan Zee-dag even wil wegdromen.

Het heldenprogramma was tijdens TAZ een bijzondere, experimentele component, op een fijne locatie op de zeedijk waar proza en poëzie goed tot hun recht kwamen.”

 

 

 

 

 

 

Maartje Smits in Vrijstaat O.

Griet Op de Beeck en Maarten van der Graaff op Hardgekookt

Maarten van der Graaff mijmert na

“Oostende heeft een walgelijk Casino met mooie lichtjes, een galerij, dure visrestaurants, goedkope visrestaurants, James Ensor, Charlotte Mutsaers, maar ook Kaatje Dermaut, Café Pelikaan, Barbara Persyn, Carlos Alleene, Boekhandel Corman, Robert Deputter, goedkoop bier, mooi theater en Vrijstaat O.

En de zee, natuurlijk ook de zee.

Ook namens Gruweletser D. Labruyère: veel dank.”

 

 

 

 

 

 

Daniël Labruyère tekent in Vrijstaat O.

Helen White aan het woord op Radio TAZ.

Helen aan zee

Het begint met een grote bak vol hardgekookte eieren. Met de bak eieren in de ene hand en een stapel programma’s in de andere, slaagt Eva van de Grote Post er toch nog in om de lift te bedienen en mij naar de vierde verdieping te loodsen. Bij het interview met Ann De Craemer en mezelf voor Hardgekookt krijgt iedereen koffie en een ei, legt ze uit. Ik heb trek, maar vooral schrik om journalisten, bezoekers en collega-schrijvers met stukjes halfgekauwd eigeel te besproeien, dus bedank ik haar maar beleefd.

Ann en ik lijken een beetje op elkaar: we zijn beiden in de dertig, dragen beiden een zwarte geek-bril en een topje van witte kant. Maar twee vrouwen die meer verschillend schrijven kan ik me nauwelijks voorstellen, en dit maakt me benieuwd naar het interview. Vurige tong heeft me aan het denken gezet. Kan dat, in 2011 nog schrijven over opgroeien in een katholiek stadje? Maar het interview is leuk. Ann vertelt vlotte, pittige anekdotes die het publiek helemaal geboeid houden.  Wat vooral blijkt uit het interview is de moed die nodig is om na zo’n boek terug in je geboortestad te gaan wonen. Ann is immers opnieuw naar Tielt verhuisd en komt haar ‘personages’ zowat dagelijks op straat tegen… Haar anekdote over Juffrouw Christian, die haar als kleuter pestte en dertig jaar later tijdens een boekpresentatie opstaat en haar voor een leugenaar uitmaakt, bezorgt me koude rillingen. Niet van schrik, maar omdat ik die juffrouw – niet als individu, maar wel als type – al te goed ken. Straks zal ik het in mijn eigen optreden over nog zo iemand hebben, en juist dit doet me huiveren. Dat, hoe verschillend Ann en ik ook schrijven, we voor een stuk hetzelfde verhaal vertellen.

Maar buiten in Oostende is er vooral heel veel zon. Na het interview ontmoet ik Katrien van deAuteurs, die me meeneemt naar het Leopoldpark. Katrien organiseert Helden Aan Zee in samenwerking met TAZ, maar daar blijft het niet bij: samen met haar collega’s zorgt ze ervoor dat de schrijvers, tekenaars en muzikanten die deel uitmaken van de Helden de hele dag begeleid worden. Een ongelofelijke luxe, want zo moet ik me geen zorgen maken over waar ik wanneer moet zijn en bij wie, en heb ik de hele dag tof gezelschap. We lunchen in de grote tent in het Leopoldpark waar festivalbezoekers en artiesten allemaal samen eten. Zo hoort dat toch? Veel beter – en eigenlijk vanzelfsprekender – dan de gebruikelijke segregatie, maar helemaal niet zo evident om te organiseren. Ik voel me er goed bij, want ik vermoed dat een heel groot respect voor publiek en artiesten erachter schuilgaat (en voor artiesten die naar voorstellingen gaan, en publiek dat ook creatief bezig is, en en en). Er is zelfs een radiostation in het park, speciaal voor TAZ: in hun studio in een soort boomhut word ik geïnterviewd temidden van een wirwar aan kabels en slapende baby’s – jawel, de tweelingszonen van de presentator komen vandaag mee naar het werk en dromen rustig verder in de boomhut boven de bruisende massa in het park.

Slenterend langs de vijver, stop ik even om te kijken naar wat kleine sculpturen aan de deur van een container. Binnen de container zit er iemand te werken aan een kleurrijke verzameling robots, ijzeren libellen en andere vreemde wezens gemaakt van weggeworpen voorwerpen. Het gaat om de Congolese kunstenaar Bienvenu Nanga, die in residentie bij TAZ is en elke dag in de container zit te werken. “Et… euh … ça fonctionne comment la résidence, vous devez dormir là aussi?” Welnee, stomme meid, hij slaapt in de Ramada. 

Helen White test de loge van Vrijstaat O uit

In de Vrijstaat O, waar ik ’s avonds optreed, wil ik blijven slapen. Zó op die mooie zwartwitte vloertegels, tussen blauwe muren, met zicht op zee. Of in één van die vliegerachtige installaties aan het plafond. Wakker worden met koffie en breiclub. Joke van deAuteurs en ik testen de loge uit – o kijk, zo van die spiegels met lampjes eromheen! En snoepjes – niet zomaar snoepjes ook, maar vier verschillende soorten. Die testen we ook uit. Goedgekeurd. De vriendelijke medewerkers aan de bar en een technicus voor wie alles kan, maken ook het opstellen tot een plezier. Elf uur ’s avonds, donkerblauwe lucht over de zee, de laatste kabel vindt zijn plaats in de mengtafel en de film waarmee ik mijn set begin, verschijnt op het grote scherm. Mond met plastic volproppen, masker op mijn gezicht, ik begin. Een uurtje later schateren door de Koninklijke Gaanderijen met Kaatje van deAuteurs en een pintje in een feeëriek geworden Leopoldspark, volgehangen met kleurrijke lichtjes. Jammer dat het morgen maandag is. Nog zoveel voorstellingen die ik graag zou willen zien…