Bijzondere bepalingen inzake audiovisuele werken

Morele rechten vallen niet onder het vermoeden van overdracht. Dit wordt ook gepreciseerd in de voorbereidende werken: “Het morele recht maakt geen deel uit van de aan de producent overgedragen rechten: het feit dat een van de makers zijn recht op integriteit laat gelden, is niet in tegenspraak met het feit dat hij zijn rechten heeft overgedragen”.

Artikel XI. 181 WER (vroeger artikel 16 AW) bepaalt in haar eerste lid dat de final cut – dit is het bepalen van de definitieve voltooide versie – moet worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming door de regisseur én de producent. In feite komt dit neer op een de facto toewijzing van het divulgatierecht aan de hoofdregisseur van het audiovisueel werk, evenals aan de producent. Dit betekent dat met uitzondering van de hoofdregisseur, alle andere coauteurs van het werk hun divulgatierecht niet kunnen uitoefenen.

In het tweede lid van artikel XI. 181 WER (vroeger artikel 16 AW) wordt verwezen naar de morele rechten van de andere coauteurs. Auteurs van audiovisuele werken (andere dan de regisseur) genieten een verminderde bescherming van hun morele rechten aangezien zij hun morele rechten pas kunnen uitoefenen na de voltooiing van de definitieve versie van het audiovisueel werk.

De vraag is of de auteur zich na het maken van de eerste standaardkopij nog kan verzetten tegen inbreuken op zijn moreel recht die dateren van voor de voltooiing van het werk. Kan hij zich bijvoorbeeld nog verzetten tegen de inkleuring van een zwart-wit film of tegen de invoeging van een muziekstuk bij een bepaalde scene waar de desbetreffende dialoogschrijver geen toelating had voor verleend?

Wanneer dit een inbreuk uitmaakt op het integriteitsrecht en het recht op eerbied voor het werk, zal de auteur zich kunnen verzetten tegen wijzigingen die werden aangebracht voor en na de voltooiing van het werk maar hij zal deze rechten pas kunnen uitoefenen na de final cut die werd vastgesteld in gezamenlijk overleg tussen de producent en de regisseur.

De uitoefening van de morele rechten van de coauteurs werden opgeschort tot na de voltooiing van het audiovisueel werk. De coauteurs kunnen dan pas rechten laten gelden.

Illustratie uit de rechtspraak: Vonnis Gaston’s War

volledig artikel
Print Friendly, PDF & Email