TV-formats of concepten voor televisieprogramma’s

Een domein waar de lijn tussen idee en concrete vorm niet duidelijk te trekken is, vormen de TV-formats of de rechten op concepten voor televisieprogramma’s. Gaat het hier louter over ideeën of kan men hier spreken over een uitgewerkte vorm? Het staat vast dat om auteursrechtelijke bescherming te genieten de idee voldoende uitgewerkt moet zijn en geconcretiseerd. Hoe meer er beschreven staat, hoe beter. Met betrekking tot spelprogramma’s zullen het spelverloop, de spelregels, het decor, de opstelling van het spel, de stijl, de kandidaten of panelleden, de presentator of presentatoren, de tunes, de zinsbouw, het woordgebruik, de rekwisieten etc. vrij duidelijk moeten omschreven zijn en ook in die mate dat ze voor herhaling vatbaar zijn zodanig dat ze door de kijker als bepalend voor dat programma worden ervaren. De omschrijving van het concept moet een beeld geven van hoe het eindproduct er zal uit zien. Een mogelijke definitie van format vinden we terug in de Nederlandse rechtsleer. Haeck definieert een format als: “het raamwerk of de structuur bestaande uit een combinatie van elementen op basis waarvan een serie programma-afleveringen kan worden geproduceerd voor radio of televisie.”

Daarenboven moet het TV-format verder ook voldoen aan het vereiste van originaliteit (zie hiervoor Definitie van origineel). En hier knelt dikwijls het schoentje: in welke mate kan men het programma een persoonlijk tintje geven van de auteur. Verschillende scenaristen zullen op basis van eenzelfde abstract idee tot verschillende originele concepten komen. De vraag of een format al dan niet origineel is, blijft een feitenkwestie en het laatste woord ligt bij de rechter die hierover moet oordelen.

Voorbeeld: Zaak Golfbreker

volledig artikel
Print Friendly, PDF & Email