Openbare uitlening

Er is geen voorafgaande toestemming vereist, maar er moet wel een vergoeding betaald worden als de uitlening geschiedt:

• met educatief of cultureel doel;
• door een instelling met dat doel door de overheid opgericht of erkend.

Het leenrecht geldt voor volgende categorieën van werken:
• werken van letterkunde, databanken, foto’s en muziekpartituren;
• geluids- en audiovisuele werken, maar pas na een periode van twee maanden na de release, de eerste verspreiding van het werk onder het publiek.

Diegenen die recht hebben op een vergoeding van het leenrecht zijn:
• auteurs (70 %) en uitgevers (30 %) van werken van letterkunde, databanken, foto’s en muziekwerken;
• auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten voor geluids-en audiovisuele werken (elk 1/3de).

Het KB van 25 april 2004 regelt de modaliteiten van de vergoeding in het geval van openbare uitlening (KB van 25 april 2004 betreffende de vergoedingsrechten voor openbare uitlening van de auteurs, vertolkende of uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en producenten van eerste vastleggingen van films, BS 14 mei 2004). Dit KB bepaalt als vergoeding een forfaitair bedrag van 1 euro per jaar en per volwassen persoon en een forfaitair bedrag van 0,50 euro per jaar en per minderjarig persoon, indien hij tenminste één uitlening heeft genoten in het voorbije jaar. Personen die in meer dan één uitleeninstelling zijn ingeschreven, moeten deze vergoeding slechts één maal betalen. Onderwijsbibliotheken, bibliotheken van wetenschappelijke onderzoeksinstellingen of zorginstellingen, en officiële erkende instellingen ten behoeve van blinden, slechtzienden, doven en slechthorenden zijn vrijgesteld van betaling.

De vergoeding wordt geïnd door Reprobel, die daartoe een akkoord heeft gesloten met Auvibel, teneinde representatief te zijn (KB van 7 april 2005 tot het belasten van een vennootschap met de inning en de verdeling van de vergoeding voor openbare uitlening, BS 13 april 2005).

Het KB van 13 december 2012 wijzigt de voorwaarden voor de “billijke vergoeding” in geval van openbare uitlening en stelt twee criteria voorop:

  • de beschikbare collectie van de bibliotheken. Dit is een nieuw criterium;
  • het aantal uitleningen. Dit criterium vervangt het criterium van het aantal ingeschreven leners uit het oude K.B. van 2004.  Het geeft een objectiever vergoedingsbasis aan de rechthebbenden voor de ontleningen op basis van de opgelegde wettelijke licentie. Ondanks aandringen van de rechthebbenden zijn verlengingen volgens het KB geen ontlening.

Meer info over het KB vindt u hier.

Terug naar: Over Auteursrecht > Wat zijn de uitzonderingen op het auteursrecht?

Print Friendly, PDF & Email