Tussenkomst deAuteurs voor het Grondwettelijk Hof

Tussenkomst van deAuteurs in het kader van de procedure tot annulatieberoep van art. XI. 225 WER, ingesteld door AGICOA en BAVP voor het Grondwettelijk Hof.

Agicoa en BAVP, twee beheersvennootschappen die de belangen van de audiovisuele buitenlandse en Belgische producenten vertegenwoordigen, vragen de annulatie van de artikels rond de billijke vergoeding (art. XI. 212-213 Wetboek Economisch Recht, hierna WER) en het artikel over de kabeldoorgifte (art. XI.225 WER) omdat deze discriminerend zouden zijn.

Art. XI.225 WER (hierna als bijlage) bepaalt een onoverdraagbaaar vergoedingsrecht aan auteurs en uitvoerende kunstenaars in het geval van kabeldoorgifte. Dit vergoedingsrecht moet uitgeoefend worden door de desbetreffende beheersvennootschap van auteurs (deAuteurs, SACD, SCAM, SABAM, JAM) en uitvoerende kunstenaars (Playright).

Agicoa en BAVP zijn van mening dat deze bepaling discriminerend is omdat auteurs en uitvoerende kunstenaars een onoverdraagbaar recht hebben gekregen in de nieuwe wet (in werking getreden sinds 1 januari 2015) terwijl de producenten geen onoverdraagbaar recht hebben. Dit onderscheid zou volgens hen niet objectief en redelijk gerechtvaardigd zijn.

Belang en argumenten voor deAuteurs om tussen te komen tegen dit verzoek tot annulatie.

• Art. XI.225 WER moet verdedigd worden. Deze bepaling garandeert een werkelijke vergoeding voor kabeldoorgifte aan de leden van de beheersvennootschappen, wat objectief en redelijk verantwoord is.

• De onoverdraagbaarheid van de kabelvergoeding is in de wet ingeschreven om het evenwicht te herstellen tussen auteurs en uitvoerende kunstenaars enerzijds en producenten anderzijds.

• De producenten zijn bovendien houder van een eigen naburig recht dat hun toelaat om te onderhandelen met de exploitanten.

• De onoverdraagbaarheid van de vergoeding werd in de wet opgenomen om audiovisuele auteurs te beschermen tegen het vermoeden van overdracht. Dit vermoeden geldt niet voor auteurs van muziekwerken. Voor de producenten geldt er eveneens geen vermoeden van overdracht. Zij kunnen vrij onderhandelen met zenders, distributeurs of andere exploitanten.

Bepaling van artikel XI.225 WER

• § 1. Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn recht om de doorgifte via de kabel toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen aan een producent van een audiovisueel werk, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel.

• § 2. Het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.

• 3. Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door vennootschappen voor het beheer van de rechten die auteurs vertegenwoordigen.
Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door vennootschappen voor het beheer van de rechten die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.

• 4. Onverminderd het tweede lid, voorzien de omroeporganisaties die voor hun eigen uitzendingen het recht uitoefenen om de doorgifte via de kabel toe te staan, zoals bedoeld in artikel XI.223, de beheersvennootschappen die de rechten beheren om de doorgifte via de kabel toe te staan of te verbieden, zoals bedoeld in artikel XI.224, paragraaf 1, en de beheersvennootschappen die het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel, zoals bedoeld in de eerste paragraaf, beheren, in een uniek platform voor de inning van voornoemde rechten.

• Na advies van het overlegcomité, bepaalt de Koning de voorwaarden waaraan dit platform moet voldoen. Hij kan op basis van objectieve criteria de samenstelling en draagwijdte van het uniek platform beperken onder andere wat betreft bepaalde categorieën van rechthebbenden.
Na advies van het overlegcomité, bepaalt de Koning de datum waarop het uniek platform van toepassing wordt.

• § 5. Zolang het uniek platform, bedoeld in paragraaf 4 niet opgericht is, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de vennootschappen voor het beheer van de rechten rechtstreeks van de kabelmaatschappijen gevorderd worden.